Welke microscoop heb ik nodig? Doorlicht, stereo, metallurgisch of digitaal

Leestijd: ± 6 minuten

Een microscoop koopt u voor wat u wilt zien: een gekleurde cel op een objectglaasje vraagt iets anders dan een printplaat of een slijpvlak van staal. Vijf keuzes bepalen welke microscoop bij u past; we lopen ze in volgorde langs en wijzen per keuze naar de KERN-series in onze winkel.

KERN OZL 464 stereo-zoommicroscoop met trinoculaire kop op kolomstatief

1. Doorlichtmicroscoop of stereomicroscoop?

De eerste vraag is of het licht dóór het object kan. Cellen, weefselcoupes, bacteriën, algen en alles wat dun en doorschijnend op een objectglaasje ligt, bekijkt u met een doorlichtmicroscoop: de lamp zit onder de tafel, het licht gaat door het preparaat omhoog, en de vergroting loopt van 40x tot 1000x. Insecten, planten, printplaten, soldeerverbindingen, stenen en werkstukken zijn ondoorzichtig; die belicht u van boven met een stereomicroscoop, die een driedimensionaal beeld geeft bij 7x tot 55x en ruimte laat om met een pincet of soldeerbout te werken.

Twee bijzondere gevallen: metalen en coatings vragen een metallurgische microscoop met opvallend licht en hoge vergroting, en levende cellen in een kweekfles bekijkt u met een omgekeerde microscoop, waarbij de objectieven ónder de fles zitten.

2. Welke vergroting heeft u nodig?

De totale vergroting is het oculair maal het objectief. Vrijwel alle microscopen hebben 10x-oculairen; de objectieven bepalen dus het bereik. Voor plantencellen, weefsels en de biologieles volstaan 4x, 10x en 40x (40x tot 400x). Voor bacteriën, bloeduitstrijkjes en parasieten hebt u het 100x-olie-objectief nodig (tot 1000x). Meer dan 1000x heeft bij lichtmicroscopie geen zin: de golflengte van het licht begrenst wat er nog te onderscheiden is.

Let behalve op het getal ook op de kwaliteit van het objectief. Achromatisch is de basis en corrigeert kleurfouten; plan geeft een vlak beeld tot aan de rand, wat bij foto's en meten telt; infinity (oneindig-optiek) laat tussenmodules toe zoals fasecontrast en fluorescentie, zonder dat het beeld lijdt. De KERN OBE en OBT hebben achromatische objectieven, de OBL en OBN infinity plan-objectieven.

Bij een stereomicroscoop werkt het anders: daar kiest u tussen vaste standen (bijvoorbeeld 2x en 4x bij de OSF) of een traploze zoom (0,7x tot 4,5x bij de OZL en OZM). Een zoom is handiger, vaste standen zijn in de les reproduceerbaarder.

3. Monoculair, binoculair of trinoculair?

Een monoculaire microscoop heeft één oculair en is de goedkoopste keus voor kort kijkwerk en de klas. Wie langer dan een kwartier achter de microscoop zit, wil een binoculaire kop: met twee ogen kijkt u ontspannen en ziet u bij een stereomicroscoop ook werkelijk diepte. Trinoculair betekent een derde uitgang bovenop, bedoeld voor een camera. Die derde buis kost zo'n honderd euro extra en is de enige manier om later een C-mount-camera aan te sluiten; een oculaircamera past weliswaar in elke oculairbuis, maar dan kijkt u zelf niet meer mee.

Kies trinoculair als u ooit foto's wilt maken, metingen wilt doen of een groep wilt laten meekijken. Hoe u die camera kiest leest u onder microscoopcamera kiezen.

4. Verlichting: LED, halogeen en Köhler

Vrijwel alle nieuwe microscopen hebben LED-verlichting: koel, traploos dimbaar en vrijwel onbeperkt houdbaar. Halogeen vindt u nog bij enkele professionele modellen omdat het een warmer, continu spectrum geeft; voor fluorescentie wordt een HBO-kwikdamplamp of een krachtige LED-eenheid gebruikt.

Belangrijker dan de lamp is de condensor eronder. Een eenvoudige vaste condensor (schoolmicroscopen) bundelt het licht; een Abbe-condensor met aperturediafragma laat u contrast en scherptediepte regelen. Köhler-verlichting, met daarbij een veldiafragma, geeft gelijkmatig licht over het hele beeldveld zonder strooilicht en is de standaard zodra u fotografeert of meet. Bij de KERN OBL is de condensor vast voorgecentreerd, zodat Köhler zonder bijstellen werkt; de OBN heeft een centreerbare condensor voor wie hem zelf wil afregelen.

5. Fasecontrast, polarisatie en fluorescentie

Ongekleurde, levende cellen zijn in gewoon helderveld bijna onzichtbaar. Fasecontrast zet kleine verschillen in brekingsindex om in licht en donker, zodat u cellen zonder kleuring volgt; de KERN OBL 146 en 156, de OBN 158 en 159 en de omgekeerde OCM hebben dat standaard. Polarisatie maakt dubbelbrekende materialen zichtbaar: mineralen, kristallen, vezels en kunststoffen, het domein van de OPO polarisatiemicroscoop. Fluorescentie laat gekleurde preparaten oplichten onder blauw of groen opvallend licht; KERN levert dat als uitvoering van de OBN en OCM, met LED of HBO.

Bij de infinity-series kunt u deze technieken ook later toevoegen: fasecontrast-sets, een polarisatie-eenheid en fluorescentie-eenheden staan bij de toebehoren van de doorlichtmicroscopen.

6. Welke KERN-serie past bij welk gebruik?

  • Basisonderwijs en eerste stappen: KERN OBS, monoculair, 40x-400x, op accu, vanaf 180 euro.
  • Voortgezet onderwijs en mbo: KERN OBT (mono- of binoculair, tot 1000x) en KERN OBE (ook trinoculair, USB-voeding).
  • Routinelaboratorium: KERN OBL met infinity-optiek en vaste Köhler-verlichting; met fasecontrast als OBL 146/156.
  • Professioneel laboratorium, pathologie, onderzoek: KERN OBN, modulair, met fasecontrast- en fluorescentie-uitvoeringen.
  • Celkweek: KERN OCM omgekeerd, met fasecontrast en fluorescentie.
  • Inspectie, solderen, montage: KERN OZL (instap) of KERN OZM (betere optiek, ook op armstatief); tot 55x met de OZP.
  • Metalen en coatings: OKM, OKO of de omgekeerde OLM.
  • Meekijken op een scherm zonder oculairen: KERN OIV videomicroscoop.
  • Alles in één doos, camera gemonteerd: de digitale microscoopsets (OBE-S, OBL-S, OBN-S, OZL-S, OCM-S, OKO-S).

Veelgestelde vragen over het kiezen van een microscoop

Hoeveel vergroting heb ik nodig voor bacteriën?

Bacteriën zijn een paar micrometer groot; daarvoor hebt u het 100x-olie-objectief nodig, dus een microscoop tot 1000x, liefst met plan-objectieven en Köhler-verlichting. Voor plantencellen en weefsels volstaat 400x.

Wat is het verschil tussen een vlindertubus en een Siedentopf-tubus?

Bij beide stelt u de oogafstand in door de oculairen naar elkaar toe te draaien. Vlindertubus is Kerns naam voor dezelfde Siedentopf-bouw; de kop is 360° draaibaar en staat meestal onder 30°, wat vanaf een stoel het prettigst kijkt.

Kan ik later een camera toevoegen?

Op een trinoculaire microscoop ja, met een C-mount-adapter en een C-mount-camera. Op een binoculaire microscoop kunt u een oculaircamera in een van de oculairbuizen zetten, maar dan kijkt u zelf met één oog. Bij de OBL is de binoculaire kop ook te vervangen door een trinoculaire (toebehoren OBB-A1580).

Wat betekent de werkafstand bij een stereomicroscoop?

De vrije ruimte tussen het objectief en het object. Bij 100 mm of meer past er gereedschap onder, en kunt u solderen of prepareren terwijl u kijkt. Voorzetobjectieven van 0,5x vergroten die afstand, ten koste van de vergroting.

Zijn de Kern-microscopen te krijgen met een kalibratiecertificaat?

Voor microscopen bestaat geen ijk; wel levert Kern objectmicrometers en meetoculairen om de schaal van de camera-software te kalibreren. Die staan bij de toebehoren.

Bekijk de microscopen

Alle series met de uitvoeringen naast elkaar, de toebehoren die bij elke uitvoering passen en de datasheets van Kern.

Alle microscopenDoorlichtmicroscopenStereomicroscopen