Waarom wijkt mijn weegschaal af?
Geeft uw weegschaal ineens een ander gewicht aan dan u verwacht, springt de waarde op het display, of krijgt u bij dezelfde belasting verschillende uitkomsten? Dat betekent niet dat het instrument stuk is. Met de controles hieronder sluit u de meeste oorzaken zelf uit, voordat kalibratie of reparatie nodig is.

1. Begin bij de nulstand en de tarra
Maak het weegplateau volledig leeg. Zonder belasting hoort de weegschaal nul aan te wijzen. Doet hij dat niet, kijk dan of er nog een tarrawaarde actief is, of er iets op het plateau ligt en of het plateau nergens tegenaan komt.
Een tarra die is blijven staan is een van de simpelste oorzaken van een structureel te laag gewicht. Zet de weegschaal opnieuw op nul en weeg nog een keer.
2. Staat de weegschaal waterpas?
Precisieweegschalen, laboratoriumweegschalen en analysebalansen moeten horizontaal en stabiel staan. De meeste modellen hebben daarom een ingebouwde waterpas en stelvoetjes. Controleer de stand opnieuw zodra een instrument is verplaatst.

Bij een vloerweegschaal telt ook de ondergrond mee: een frame dat door een ongelijke vloer wordt opgespannen verandert de krachtverdeling. Wat er aan uitvoeringen is, staat onder vloerweegschalen.
3. Trillingen en een onrustige ondergrond
Een weegschaal meet kracht, en trillingen zijn kracht. Heftrucks, machines, compressoren, transportbanden, een verende vloer of een wiebelende werktafel komen allemaal terug als een onrustige of wisselende waarde.
Hoe fijner de afleesbaarheid, hoe zwaarder de omgeving weegt. Een analysebalans met een afleesbaarheid van 0,1 mg stelt heel andere eisen aan de opstelling dan een vloerweegschaal die per 200 g afleest.

4. Temperatuur, tocht en opwarmtijd
Temperatuurwisselingen, luchtstroming en te weinig opwarmtijd zijn bij nauwkeurige balansen direct merkbaar. Het speelt als een instrument net is ingeschakeld, uit een koude ruimte komt, naast een buitendeur staat, of recht onder de airco, de ventilatie of de zon.

Laat een nauwkeurige balans acclimatiseren en opwarmen voordat u kritische metingen doet. Bij de fijnste metingen spelen ook luchtvochtigheid en statische elektriciteit mee. Voor dit soort werk zijn er laboratoriumweegschalen en analyseweegschalen.
5. Wijst de weegschaal overal op het plateau hetzelfde aan?
Zet hetzelfde testgewicht achter elkaar in het midden en op verschillende plekken van het plateau. De uitkomsten horen binnen de tolerantie bij elkaar te liggen.

Wijst dezelfde massa aan één kant duidelijk anders aan dan in het midden, dan kan dat komen door excentrische belasting, een mechanische blokkering, een hoekinstelling die niet klopt of een loadcell die het begeeft.
6. Komt het plateau ergens tegenaan?
Bij vloer-, pallet- en ingebouwde weegsystemen moet het plateau volledig vrij kunnen bewegen. Drukt het tegen een frame, een muur, een leiding, een kabel of opgehoopt vuil, dan ontstaat er een tweede krachtpad en wijst de weegschaal te weinig, te veel of onrustig aan.
Kijk daarom ook ónder en rondom het plateau. Bij een putweegschaal is materiaal tussen de putrand en het plateau al genoeg om de meting te verstoren.
7. Staat de lading helemaal vrij?
Niet elke afwijking komt van het instrument. Een pallet, tank of hopper mag tijdens het wegen niets anders raken. Ook een slang die trekt, een leiding, een kabel of een rollenbaan brengt kracht over die niet door het weegsysteem gaat.
Zet een lading volledig op het plateau, zodat het gewicht alleen via het meetsysteem loopt.
8. Heeft de weegschaal een klap of overbelasting gehad?
Een loadcell is gemaakt voor een bepaald bereik en een bepaalde maximale belasting. Een vallende lading of een aanrijding geeft een korte piek die veel hoger is dan het gewicht dat er uiteindelijk op staat.
Denk aan een pallet die hard wordt neergezet, een palletwagen die tegen een vloerweegschaal rijdt, of een instrument dat tijdens transport een schok krijgt. Een beschadigde loadcell kan daarna nog een geloofwaardige waarde tonen terwijl de herhaalbaarheid, de lineariteit of de hoekbelasting niet meer kloppen. Wat daaraan te doen is, staat onder weegschaal reparatie.
9. Controleer met een bekend testgewicht
Wilt u vaststellen of de weegschaal werkelijk afwijkt, gebruik dan een gewicht waarvan de massa betrouwbaar bekend is. Voor een serieuze controle is een gekalibreerd gewicht beter dan een willekeurig voorwerp.
Vier dingen om te controleren
- Herhaalbaarheid — zet hetzelfde gewicht een paar keer op dezelfde plek.
- Juistheid — vergelijk de aanwijzing met de bekende massa.
- Excentriciteit — dezelfde massa op verschillende posities.
- Lineariteit — als het kan op meerdere punten in het bereik.
Een weegschaal van 1.500 kg controleren met 1 kg zegt niets over wat hij bij 500 of 1.000 kg doet. Kies gewichten die passen bij het bereik waarin u werkt; de uitvoeringen staan onder controlegewichten en testgewichten.
10. Kalibreren en justeren zijn twee dingen
Kalibreren is vergelijken: de aanwijzing wordt naast bekende referentiegewichten gelegd en de afwijking wordt vastgelegd. Justeren is bijstellen: de instelling van het instrument wordt veranderd om die afwijking te verkleinen.
Na een justering kan opnieuw worden gekalibreerd, om vast te leggen hoe het instrument er daarna voor staat. Het verschil met ijken — en wanneer u wat nodig hebt — staat onder ijken of kalibreren.
Wanneer is een professionele controle verstandig?
Laat een weegschaal nakijken wanneer:
- de afwijking steeds terugkomt;
- dezelfde weging niet twee keer hetzelfde oplevert;
- verschillende plekken op het plateau duidelijk verschillen;
- het instrument overbelast is, gevallen of aangereden;
- u op het gewicht afrekent of het voor kwaliteitscontrole gebruikt;
- er een periodieke kalibratie op de planning staat;
- u niet kunt bepalen of de oorzaak mechanisch, elektronisch of metrologisch is.
Bij een geijkte weegschaal gelden extra eisen: na bepaalde reparaties of het verbreken van een verzegeling kan een herkeuring nodig zijn. Wat daarbij komt kijken staat onder weegschaal laten herijken; wanneer een weegschaal geijkt moet zijn leest u bij de Metrologiewet.
Checklist bij een weegschaal die afwijkt
- Maak het plateau volledig leeg.
- Kijk of de aanwijzing op nul staat.
- Controleer of er geen tarra actief is.
- Controleer de waterpas en de stabiliteit.
- Kijk of het plateau nergens tegenaan komt.
- Haal vuil onder en rondom het plateau weg.
- Laat een nauwkeurige balans eerst opwarmen.
- Weeg hetzelfde testgewicht een paar keer achter elkaar.
- Zet dat gewicht ook op andere posities van het plateau.
- Controleer als het kan op meerdere punten van het bereik.
- Blijft de afwijking staan, laat de weegschaal dan kalibreren en technisch nakijken.
Laten controleren, kalibreren of repareren?
Blijft uw weegschaal afwijken, dan kijken wij ernaar: in de werkplaats en, afhankelijk van het systeem, bij u op locatie. Ook apparatuur die u niet bij ons hebt gekocht. Wat wij doen staat onder ijken, kalibreren en repareren, weegschaal kalibreren en weegschaal reparatie. Hoe vaak een kalibratie zinvol is, hangt af van uw gebruik; dat staat onder hoe vaak moet een weegschaal gekalibreerd worden. Wat er in het rapport komt te staan leest u bij het kalibratiecertificaat.
Veelgestelde vragen
Waarom geeft mijn weegschaal steeds een ander gewicht aan?
Wisselende waarden komen van trillingen, tocht, temperatuur, een onrustige ondergrond, mechanisch contact met het plateau, te weinig opwarmtijd of een technisch gebrek. Weeg eerst een paar keer hetzelfde bekende gewicht; blijft het verschil, dan zit het niet in de weging.
Kan ik zelf controleren of mijn weegschaal goed weegt?
Ja. Gebruik een controlegewicht waarvan de massa bekend is en kijk naar drie dingen: krijgt u dezelfde uitkomst als u het gewicht meerdere keren neerzet, klopt de waarde met de bekende massa, en blijft die gelijk op andere plekken van het plateau.
Kan ik elk willekeurig voorwerp als testgewicht gebruiken?
Voor een grove indruk kan dat, maar voor een controle waar u iets aan hebt niet. Daarvoor is een gekalibreerd of gecertificeerd gewicht nodig; anders weet u niet of de afwijking bij de weegschaal zit of bij het voorwerp.
Moet een weegschaal elk jaar gekalibreerd worden?
Er geldt niet voor elke toepassing dezelfde termijn. Het hangt af van het gebruik, het risico, de omgeving, uw kwaliteitssysteem en de nauwkeurigheid die u nodig hebt. Tussentijds zelf controleren met een controlegewicht laat een verandering eerder zien.
Mijn weegschaal wijkt af. Moet hij opnieuw geijkt worden?
Niet vanzelf. Kalibreren, justeren en wettelijk keuren zijn drie verschillende dingen. Bij een instrument dat onder de wettelijke regels valt, kan na bepaalde reparaties of na het verbreken van een verzegeling wel een herkeuring nodig zijn.
Kan een beschadigde loadcell nog gewoon gewicht aangeven?
Ja. Een loadcell hoeft niet uitgevallen te zijn om de meting te verstoren. Het display kan een geloofwaardige waarde tonen terwijl de herhaalbaarheid, de lineariteit of de hoekbelasting niet meer kloppen.
