Wat is een ATEX-weegschaal? Zones 0, 1, 2, 20, 21 en 22 uitgelegd

Staat een weegschaal op een plek waar brandbare gassen, dampen, nevels of stof kunnen voorkomen, dan kan er sprake zijn van een explosiegevaarlijke omgeving. De apparatuur moet dan geschikt zijn voor de ATEX-zone waarin zij staat. Hieronder leest u wat ATEX betekent, wat het verschil is tussen de zones 0, 1, 2, 20, 21 en 22 en waar u op let bij het kiezen van een ATEX-weegschaal.

ATEX-zones bij weegschalen: zones 0, 1 en 2 voor gas en zones 20, 21 en 22 voor brandbaar stof
De zones 0, 1 en 2 gelden voor gas, damp en nevel; de zones 20, 21 en 22 voor brandbaar stof. Welke zone waar geldt, volgt uit het explosieveiligheidsdocument van uw bedrijf.

Kort antwoord: een ATEX-weegschaal is een explosieveilige weegschaal die is gecertificeerd voor gebruik in een bepaalde explosiegevaarlijke zone. Het woord ATEX alleen zegt niet genoeg: de uitvoering moet passen bij de zone (0, 1 of 2 voor gas, 20, 21 of 22 voor stof), bij de stof die er voorkomt en bij de temperatuur. De zone-indeling maakt uw bedrijf zelf, in het explosieveiligheidsdocument; de leverancier van de weegschaal bepaalt die niet.

Wat betekent ATEX?

ATEX komt van het Franse atmosphères explosibles en gaat over apparatuur en werk op plekken waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan: lucht gemengd met brandbaar gas, damp, nevel of fijn stof. Er horen twee Europese richtlijnen bij. De ATEX-richtlijn 2014/34/EU stelt eisen aan apparatuur die in zo'n omgeving wordt gebruikt. Richtlijn 1999/92/EG verplicht de werkgever om explosierisico's op de werkplek te beoordelen, te beheersen en gevaarlijke gebieden in zones in te delen.

Bij een weegsysteem gaat het niet alleen om het weegplateau. Ook de weegcellen, de indicator, de aansluitingen, de bekabeling, de voeding en eventuele randapparatuur moeten geschikt zijn voor de toepassing en de zone.

Wanneer heeft u een ATEX-weegschaal nodig?

Een gewone industriële weegschaal mag niet zonder meer worden gebruikt in een gebied dat als explosiegevaarlijke zone is ingedeeld. Eerst moet vaststaan of de ruimte of het deel van de installatie zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22 is. Bij die beoordeling spelen onder meer mee:

  • de brandbare stoffen die aanwezig zijn;
  • de kans dat gas, damp, nevel of stof vrijkomt;
  • hoe vaak een explosieve atmosfeer kan ontstaan;
  • hoe lang die atmosfeer dan blijft;
  • de ventilatie en de procesomstandigheden;
  • mogelijke ontstekingsbronnen.

Die beoordeling ligt vast in het explosieveiligheidsdocument van uw locatie. Wij gaan bij een advies uit van de zone die daarin staat; de zone zelf stellen wij niet vast.

Let op: kies een weegschaal voor een explosiegevaarlijke omgeving niet alleen op het woord ATEX. Controleer voor welke zone, voor gas of stof, voor welke apparatuurcategorie en onder welke temperatuurvoorwaarden de uitvoering is gecertificeerd.

Welke ATEX-zones zijn er?

Explosiegevaarlijke gebieden worden ingedeeld naar hoe vaak en hoe lang een explosieve atmosfeer kan voorkomen. Voor gas, damp en nevel zijn dat de zones 0, 1 en 2; voor brandbaar stof de zones 20, 21 en 22.

ATEX-zone Soort gevaar Explosieve atmosfeer
Zone 0 Gas, damp of nevel Voortdurend, gedurende lange perioden of frequent aanwezig
Zone 1 Gas, damp of nevel Kan bij normaal bedrijf af en toe aanwezig zijn
Zone 2 Gas, damp of nevel Bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk en, indien aanwezig, slechts kortdurend
Zone 20 Brandbaar stof Voortdurend, gedurende lange perioden of frequent aanwezig
Zone 21 Brandbaar stof Kan bij normaal bedrijf af en toe aanwezig zijn
Zone 22 Brandbaar stof Bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk en, indien aanwezig, slechts kortdurend

Zone 0 en zone 20

Hier is de explosieve atmosfeer voortdurend, gedurende lange perioden of frequent aanwezig, zoals binnen in een tank, een leiding of een silo. Een weegschaal staat zelden in deze zones; weegcellen onder een tank of silo kunnen er wel mee te maken krijgen.

ATEX zone 1

In zone 1 kan bij normaal bedrijf af en toe een explosieve atmosfeer ontstaan door brandbaar gas, damp of nevel. Denk aan processen waarbij oplosmiddelen, brandstoffen of andere vluchtige stoffen worden verwerkt, afgevuld of overgepompt. Een weegschaal in deze zone moet aantoonbaar voor zone 1 geschikt zijn.

ATEX zone 21

Zone 21 is de tegenhanger van zone 1 voor brandbaar stof. De zone komt voor rond vul- en lospunten waar poeders, meel, suiker, ingrediënten of andere brandbare stofdeeltjes vrijkomen.

ATEX zone 2

In zone 2 wordt bij normaal bedrijf geen explosieve gasatmosfeer verwacht. Ontstaat die toch, bijvoorbeeld door een storing of een lekkage, dan is dat slechts kortdurend.

ATEX zone 22

Zone 22 is dezelfde indeling voor brandbaar stof: een explosieve stofwolk is bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk, maar kan kortdurend voorkomen. Let ook op stof dat is neergeslagen; opgewerveld kan het alsnog een wolk vormen.

Welke apparatuurcategorie hoort bij welke ATEX-zone?

Buiten de mijnbouw valt ATEX-apparatuur onder apparatuurgroep II. Binnen die groep bestaan de categorieën 1, 2 en 3. De letter G staat voor gas, damp of nevel; de letter D (dust) voor brandbaar stof.

Zone Minimale apparatuurcategorie Beschermingsniveau
Zone 0 1G Zeer hoog
Zone 1 2G (1G mag ook) Hoog
Zone 2 3G (2G en 1G mogen ook) Normaal
Zone 20 1D Zeer hoog
Zone 21 2D (1D mag ook) Hoog
Zone 22 3D (2D en 1D mogen ook) Normaal

Dit is de gebruikelijke koppeling. Het explosieveiligheidsdocument van uw bedrijf kan strengere eisen stellen; dan gelden die.

Wat is het verschil tussen ATEX voor gas en voor stof?

Een veelgemaakte fout is de aanname dat iedere explosieveilige weegschaal in iedere explosiegevaarlijke omgeving past. Dat is niet zo. Een weegschaal kan zijn gecertificeerd voor een gaszone zonder dat hij geschikt is voor een stofzone, en omgekeerd. Controleer daarom:

  • of het om gas, damp en nevel gaat of om stof;
  • de ATEX-zone;
  • de apparatuurcategorie;
  • de temperatuurklasse of de maximale oppervlaktetemperatuur;
  • de toegestane omgevingsomstandigheden;
  • de volledige Ex-markering op het apparaat.

Hoe leest u een Ex-markering?

Een markering als II 2G Ex ib IIC T4 Gb leest u van links naar rechts: voor bovengronds gebruik (II), categorie 2 voor gas en dus geschikt voor zone 1 (2G; 2D is de tegenhanger voor stof), beveiligd door intrinsieke veiligheid (Ex ib), geschikt voor alle gasgroepen (IIC), met een oppervlaktetemperatuur onder 135 graden (T4). Intrinsieke veiligheid is bij weegtechniek de gebruikelijke methode: de stroom in de weegcel blijft zo laag dat een vonk niet kan ontsteken.

Waar worden ATEX-weegschalen gebruikt?

Weegschalen voor een explosiegevaarlijke omgeving komen voor in uiteenlopende processen:

  • chemische en petrochemische industrie;
  • productie van verf en coatings en het verwerken van oplosmiddelen;
  • farmaceutische productie;
  • meel- en graanverwerking, suiker- en poederverwerking;
  • meng- en doseerinstallaties;
  • silo's en bigbag-vulinstallaties;
  • het afvullen van poeders, vloeistoffen en chemicaliĂ«n.

In de praktijk gaat het vaak om een ATEX-vloerweegschaal voor vaten, containers en pallets, een plateauweegschaal bij een afvulpunt, of weegcellen onder een tank of silo.

Hoe kiest u de juiste ATEX-weegschaal?

Bij een gewone industriële weegschaal kijkt u vooral naar capaciteit, afleesbaarheid en afmetingen. Bij een ATEX industriële weegschaal komen daar veiligheidseisen bij. Vijf stappen:

1. Ga uit van de vastgestelde ATEX-zone

Zonder juiste zone-indeling is niet te bepalen welke apparatuur past. Gebruik de bestaande zonering of het explosieveiligheidsdocument van de locatie.

2. Gas of stof?

Ga na of de explosieve atmosfeer kan ontstaan door gas, damp of nevel, of door brandbaar stof. Dat bepaalt welke ATEX-markering nodig is.

3. Bepaal capaciteit en nauwkeurigheid

Kies daarna het weegbereik en de afleesbaarheid. Een te ruim gekozen bereik maakt de afleesbaarheid grover dan nodig. Voor zware producten, vaten, containers en pallets komt u uit bij de vloerweegschalen; een voorbeeld van een Ex-uitvoering voor kleinere lasten is de Kern EX plateauweegschaal. Voor welke zone en categorie een model is gecertificeerd, leest u in de Ex-documentatie van de fabrikant.

4. Kijk naar het complete systeem

Controleer naast het plateau ook:

  • de weegcellen (loadcells);
  • de junction box;
  • de weegindicator;
  • de bekabeling;
  • de voeding of het accupakket;
  • de communicatie-interfaces;
  • eventuele randapparatuur, zoals een printer of een tweede display.

Vaak staat alleen het plateau met de weegcellen in de zone en de indicator erbuiten, met een veiligheidsbarrière ertussen. Ook dan moet het geheel als systeem kloppen. Meer over zulke opstellingen leest u in explosieveilige weegterminals voor ATEX-zones.

5. Houd rekening met IP-klasse en materiaal

Staat de weegschaal in een vochtige, corrosieve of vaak gereinigde ruimte, kijk dan naast ATEX ook naar de IP-klasse en het materiaal. Wanneer RVS 304 volstaat en wanneer RVS 316 nodig is, staat in RVS weegschalen voor natte en hygiënische ruimten. ATEX en IP zijn twee verschillende eigenschappen: ATEX gaat over explosieveiligheid, IP over de afdichting tegen stof en water. Een hoge IP-klasse maakt een weegschaal niet geschikt voor een explosiegevaarlijke zone. Lees verder in welke IP-klasse heeft mijn weegschaal nodig.

ATEX en een geijkte weegschaal zijn twee verschillende zaken

Een ATEX-certificering zegt of apparatuur geschikt is voor gebruik in een explosiegevaarlijke omgeving. Een ijk of conformiteitsbeoordeling gaat over de metrologische eisen aan de weegschaal wanneer het gewicht wordt gebruikt voor een wettelijk geregelde toepassing, bijvoorbeeld wanneer de prijs rechtstreeks uit het gewogen gewicht volgt.

Een ATEX-weegschaal is dus niet vanzelf geijkt, en een geijkte weegschaal is niet vanzelf geschikt voor een ATEX-zone. Hebt u beide nodig, dan moet de uitvoering aan beide eisen voldoen. Meer over de wettelijke kant leest u bij ijken en kalibratie van weegschalen.

Kalibratie en onderhoud van een ATEX-weegschaal

Ook een ATEX-weegschaal moet nauwkeurig blijven wegen. Periodieke controle en kalibratie horen daarom vaak bij het kwaliteitssysteem van het bedrijf; zie hoe vaak moet een weegschaal gekalibreerd worden.

Onderhoud en reparatie van ATEX-apparatuur vragen extra zorg. Een wijziging aan onderdelen, bekabeling, voeding of elektronica kan de oorspronkelijke explosieveiligheid aantasten. Gebruik de onderdelen die de fabrikant voorschrijft en volg zijn documentatie. Werk in de zone zelf valt onder de veiligheidsregels van uw locatie.

Een ATEX-weegschaal voor uw toepassing kiezen

Om een ATEX-weegsysteem te kunnen selecteren hebben wij minimaal deze gegevens nodig:

  • de ATEX-zone, en of het om gas of stof gaat;
  • de gevraagde ATEX-markering of de eisen uit het explosieveiligheidsdocument;
  • het maximaal te wegen gewicht en de gewenste afleesbaarheid;
  • de afmetingen van het weegplateau;
  • gebruik binnen of buiten;
  • geijkt of niet-geijkt gebruik;
  • een eventuele koppeling met PLC, software of productielijn.

Daarmee is te bepalen welk type professionele weegschaal en welke ATEX-uitvoering bij de toepassing past. ATEX-uitvoeringen leveren wij grotendeels op aanvraag, met de Ex-documentatie van de fabrikant erbij.

Veelgestelde vragen over ATEX-weegschalen

Wat betekent ATEX bij een weegschaal?

Dat de uitvoering is ontworpen en gecertificeerd volgens de eisen voor gebruik in bepaalde explosiegevaarlijke omgevingen. Voor welke omgeving precies, blijkt uit de ATEX-markering en de documentatie van de fabrikant.

Wat is het verschil tussen zone 1 en zone 21?

Zone 1 gaat over explosiegevaar door gas, damp of nevel. Zone 21 gaat over explosiegevaar door brandbaar stof. In beide kan de explosieve atmosfeer bij normaal bedrijf af en toe aanwezig zijn.

Wat is het verschil tussen zone 2 en zone 22?

Zone 2 betreft gas, damp of nevel en zone 22 brandbaar stof. In beide gevallen is een explosieve atmosfeer bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk en, als zij toch ontstaat, slechts kortdurend aanwezig.

Mag ik een gewone weegschaal in een ATEX-zone gebruiken?

Nee, niet zonder meer. In een zone mag alleen apparatuur staan die geschikt is voor die zone en die toepassing. Een standaard weegschaal zonder de vereiste Ex-markering is dat niet.

Heb ik een ATEX-weegschaal nodig in een meelfabriek?

Dat hangt af van de zone-indeling in het explosieveiligheidsdocument van uw bedrijf, niet van het product. Meelstof is explosief, dus rond silo's, zeven en vulpunten is vaak zone 21 of 22 vastgesteld. Staat de weegschaal in zo'n zone, dan moet hij de bijbehorende categorie hebben.

Is een RVS weegschaal automatisch ATEX?

Nee. RVS zegt iets over het materiaal en de bestendigheid tegen corrosie. ATEX gaat over explosieveiligheid. Het zijn verschillende eigenschappen.

Is een IP68-weegschaal ook ATEX?

Niet automatisch. IP68 beschrijft de bescherming tegen stof en water. Voor een explosiegevaarlijke omgeving is een afzonderlijk gecertificeerde ATEX-uitvoering nodig.

Kan een ATEX-weegschaal ook geijkt worden?

Sommige ATEX-weegsystemen zijn ook leverbaar voor wettelijk geregelde weegtoepassingen. De ATEX-certificering en de metrologische toelating blijven wel twee afzonderlijke eisen.

Welke ATEX-zone heb ik?

Dat volgt uit de explosierisicobeoordeling van uw werkomgeving, vastgelegd in het explosieveiligheidsdocument van de locatie. De leverancier van de weegschaal bepaalt de zone niet.

Advies nodig over wegen in een ATEX-omgeving?

Stuur ons de ATEX-zone uit uw explosieveiligheidsdocument, de toepassing, de gewenste capaciteit en de afleesbaarheid. Wij bekijken dan met u welke weegoplossing daarbij past.

Vraag advies aan WeegexpertsBekijk vloerweegschalen